woensdag 27 juni 2007

Paul McCartney - Memory Almost Full

Een knappe jonge vrouw klopt aan bij een goudmijn. Ze is op zoek naar werk. De voorman van de mijn vraagt of ze gebreken heeft. De vrouw vertelt hem dat ze, op een kunstbeen na, net zo gezond is als ieder ander. De voorman begint hard te lachen en zegt:' dan kun je werken in een goudmijn echt wel vergeten. Wie heeft er nu een gouddelver met één been nodig?' Waarop Paul McCartney de kamer binnenkomt en zegt: 'Ikke'.

Dit zijn de verhalen waar Paul McCartney de laatste tijd om bekend staat. Het gaat niet over muziek. Eigenlijk gaat het daar al heel lang niet meer over. Het gaat bijna altijd over Sixties Paul, Veggie Paul, Suffe Deuntjes Paul, Control Freak Paul of Sukkel Paul die, verscheurd door verdriet na de dood van zijn Linda, viel voor de charmes van een uitgeslapen Golddigger. Die hij later, in zijn rol van Mepper Paul, de kamer door scheen te slaan, al dan niet zo stoned als een aap. Het gaat eigenlijk zelden over Paul de Muzikant en Paul de Songwriter. Die is met algemeen goedvinden min of meer afgeschreven na The Beatles. En eerlijk is eerlijk, hij heeft soms ook erg zijn best gedaan om ons te laten vergeten hoe goed hij was, en hoe goed hij nog kan zijn. Toch timmert Paul op zijn laatste soloplaten (eigenlijk al vanaf 'Flaming Pie' uit 1997) weer aardig aan de weg. Zijn voorlaatste plaat, 'Chaos and Creation in the Backyard' kreeg, mede door de medewerking van de als hip geziene producer Nigel Godrich, alweer wat gunstiger kritieken. Met Memory Almost Full laat Sir Paul echter aan een heleboel hedendaagse bandjes horen hoe het moet. Door gewoon een dijk van een plaat te maken.

In 13 nummers scheurt hij door zijn eigen geschiedenis en toekomst en geeft iedereen die een beetje oplet muzikale bijles. Niet alleen omdat hij de meeste nummers alleen heeft ingespeeld, (sommige ook met zijn tourband) maar vooral omdat hij laat horen hoe bedrieglijk eenvoudige liedjes vol kunnen zitten met ingenieuze muzikale vondsten. Het openingsnummer 'Dance Tonight' is aanstekelijk, simpel tot op het bijna domme af, en daarmee dus eigenlijk koren op de molen van oppervlakkige luisteraars. Meteen daarna geeft Paul vol gas met briljant klinkende pop zoals 'Ever Present Past', 'Mr. Bellamy' en 'Vintage Clothes'. Ook gespt hij zijn oude vleugels nog eens aan om met 'Only Mama Knows' zonder waarschuwing vooraf dwars door de geluidsbarrière te knallen. In 'That Was Me' en 'Nod Your Head' horen we de rocker Paul McCartney, die zijn longen eruit schreeuwt alsof hij nog altijd het Reeperbahnkabaal van dronken zeelui en goedkope hoeren moet overstemmen. In het magistraal geproduceerde 'House Of Wax' komt een ongelooflijke gitaarsolo langs, en met 'The End of the End' horen we zowaar een oude man, die vooruitkijkt naar zijn dichterbij komende dood en daar op eigen wijze een waardig antwoord voor probeert te vinden.

Die Heather Mills had het wel goed gezien. Paul McCartney is een goudmijn. Het soort goudmijn waar, diep weg onder de aarde, altijd nog wel een klomp goud te vinden is, zelfs als iedereen denkt dat er niks meer te halen valt. En met Memory Almost Full heeft de inmiddels 64 jarige Paul McCartney opnieuw een hele rijke ader te pakken.

zondag 24 juni 2007

Johnny Cash - American V - A Hundred Highways

Eerste shot: De avond valt en de zon rolt zich vermoeid op achter de einder. We kijken naar het verweerde gezicht van een oude, de dagen meer dan zat zijnde desperado. De hoed diep over de samengeknepen ogen getrokken, de jas fladderend, de schouders en colts laaghangend. Het beeld is duidelijk. Deze man heeft veel gezien. Teveel wellicht. De lijnen in zijn gezicht zijn loopgraven waaruit de geur van ziekte, dood en ellende walmt. In zijn blik is de aankomende dood zichtbaar die hij al vaker achter zich heeft weten te laten maar die hem nu langaam maar zeker definitief inhaalt. De camera zoomt in één beweging traag uit. We zien dat de man staat te wachten. Lijdzaam, berustend, bijna verslagen. Hij staat op een verveloos perron, naast een klaarstaande, stomende trein.

Tweede shot. Een craneshot. We zien een oud en verveloos treinstation in een kaal, desolaat landschap. Een paar oude scheefhangende houten huisjes leunen geluidloos huilend tegen de schurende wind. In de verte komt een paard met wagen aanratelen. De camera zoomt in. We zien de contouren van een lange kist op de wagen. De muziek zet in. Evening Train. We zien hoe de outlaw naar de wagen toeloopt en samen met de wagenmenner, een sjofele doodgraver, de kist naar de trein zeult. Iedere stap richting trein ziet eruit als een kogelinslag die de desperado vol in de rug raakt. Een gebroken man, die de liefde van zijn leven op de trein naar huis zet.

Derde shot, pan en zoom: we zien de neus van de trein. De camera zoomt verder in. Op het rood metalen plaatje met de witte cijfers. Nummer 309. En terwijl het beeld even bevriest horen we een hese stem die een hakkelende blues inzet. Een blues die het merg uit je botten zuigt. Een blues die het leven en de dood samenbrengt in een hypnotiserend ritme. De camera zoomt uit , zwenkt weg en we zien opnieuw de kist. Vastgesjord op een platte goederenwagon. Een geknakte roos, vastgezet op de eenvoudige houten deksel, beweegt lichtjes in de wind. De desperado zit inmiddels op zijn zwarte paard. De trein zet zich in beweging. Dikke wolken rook en stoom ontrekken de desperado aan het blikveld. De camera zoomt verder uit. De trein slingert zich een weg door het uitgebeten, vergevingsloze landschap. De outlaw rijdt ook weg, achter de trein aan. Hij rijdt naar huis, naar de begrafenis, maar hij rijdt ook zijn naderende en al aanvaarde dood tegemoet. En wij als kijker weten dat. Verdere uitleg is overbodig.

En terwijl de trein én de desperado langzaam stippen worden op het grote witte doek, klinkt daar nog altijd die stem. Die oud testamentische stem. Die stem die profetisch, waarschuwend, troostend en verzoenend weet te klinken. Een stem die alle tegenstellingen geloofwaardig weet te verenigen.

"You can run on for a long time
Run on for a long time
Run on for a long time
Sooner or later God'll cut you down
Sooner or later God'll cut you down"

Dwars door de aftiteling heen blijft dat geluid klinken. Het onvoorstelbare geluid van een man die de dood in de ogen kijkt, en die in iedereen die naar hem luistert iets van die blik achterlaat.

Of je dat nou leuk vindt of niet.

zondag 17 juni 2007

White Noise - An Electric Storm

Als in een geluidsspectrum alle frequenties even sterk aanwezig zijn dan spreekt men van witte ruis. Het is het geluid dat je hoort als een televisie geen signaal ontvangt. Sommige mensen geloven dat witte ruis het geluid is dat de duivel maakt als die naar je sist; anderen geloven dat witte ruis verborgen codes van aliens of overledenen bevat en spenderen hun vrije tijd aan het ontcijferen hiervan. Je moet er maar zin in hebben, want witte ruis werd mogelijk ook gebruikt bij het verhoren alsmede het uit de slaap houden van gedetineerden in Irak door Nederlandse militairen. Wat ook ongelooflijk goed denkbaar is met de muziek van White Noise. Deze voornamelijk door ene David Vorhaus bedachte band kwakte in 1968 7 nummers op het vinyl waar niemand van terug had. Alleen al het laatste nummer, 'the Black Mass: an Electric Storm in Hell, waarin galmende monniken, donderende drums en ijle doodskreten de titel van het nummer met verve eer aandoen staat garant voor een erg snelle bekentenis. Geen gemakkelijk plaatje dus, en mede daardoor veroordeeld tot de meer obscure hoeken van het muzikale universum. En dat is jammer, want er valt veel te ontdekken op deze in geluid gegoten David Lynch film, waarin werkelijkheden zich evensnel afwisselen als dromen in de nacht.

Nergens is dit meer hoorbaar dan in het meer dan 11 minuten durende 'the Visitations'. Sex, Dood (een hoorbaar auto-ongeluk) en het hiernamaals worden in een zenuwaanvretende electronische trip vermengt met de diepe snikken van een jonge vrouw. Daar dwars overheen vertelt een in het theater geschoolde stem op uiterst macabere toon een verhaal waar geen touw aan vast te knopen valt, maar dat dondert niet. Het werkt. En hoe. Ik weet nog goed hoe mijn nekharen overeind kwamen toen ik het nummer voor de eerste keer hoorde. En nog steeds heeft het nummer, en de plaat, een onder je huid kruipend, bizar en soms angstaanjagend effect. De overige nummers hebben allemaal een volstrekt eigen sfeer; soms jazzy, soms ronduit poppy, dan weer totaal van alles en iedereen losrakend. Het zijn experimentele, vol bizarre stemmen volzittende soundscapes die, niet zonder melodie, door je hoofd gaan dwalen om in vergeten plekken onbekend broedsel te leggen. Je zou kunnen zeggen dat deze muziek zijn tijd ver vooruit was, ware het niet dat the White Noise eigenlijk buiten alle tijd en dimensies valt. En daardoor horen we wat ook al die codeontcijferaars willen horen: een onbekend signaal, dat ons iets wezenlijks te zeggen heeft.

zondag 10 juni 2007

16 Horsepower - Secret South

Voor degenen onder jullie die de briljante HBO serie Deadwood hebben gezien, een serie die het Wilde Westen in al zijn onopgemaakte keiharde glorie weergaf, even deze reminder. In seizoen 1 kwam een dominee voor (reverend H.W. Smith) die, langzaam maar zeker, jammerlijk ten onder ging aan een wat mysterieus blijvende hersenziekte. Hij deed dit al schuimbekkend en raaskallend, maar bleef hierbij wel altijd de Heilige Schrift citeren. Nu zit de referentie naar Deadwood om meerdere redenen in deze recensie, maar de belangrijkste is wel deze: gekte en het Heilige Woord, het heeft altijd al een heel diepe relatie met elkaar gehad.

Welnu, Dave Eugene Edwards valt te zien als de vleesgeworden reïncarnatie van deze reverend Smith. Alleen dan meer eigentijds en stukken meer gefocused. Maar ook hij gaat tekeer tegen het Deadwood van zijn tijd, niets en niemand sparend, daarbij overigens ook zichzelf flink kastijdend. Om dan vanuit die pijn en angst ons (al voorverhitte) zondaars te waarschuwen voor de toorn des Heren. Een verzengende toorn waaraan niet te ontsnappen valt, tenzij de knieën tot bloedens toe stuk worden gebeden op een harde, kale, houten vloer met splinters. En dan nog is het maar deemoedig afwachten, volgens Dave Eugene, of je gespaard zult blijven.

Zo staan de zaken ervoor in de wereld van 16 Horsepower, een band die uiteindelijk wel af moest fikken op de tomeloze, gedreven, compromisloze sound die ze voortbracht, en die (live) perfect werd belichaamd door Dave Eugene Edwards zelf. Een sound die zijn visie in volle glorie droeg, maar ook een sound die klonk alsof die speciaal in de Hel was gebrouwen om zondaars te bereiken die voor dát geluid nog wel gevoelig waren. En op deze plaat bereiken ze als zodanig dan ook hun hoogtepunt. Zowel in het poëtisch, archaïsch taalgebruik als in de geniaal gekozen covers en het briljante eigen materiaal. Secret South (perfecte titel) is de perfecte soundtrack van het Wilde Westen. Niet het heroïsche Techni-color Wilde Westen van film en TV, maar de altijd wat in een hoek gemoffelde schaduw ervan. En die schaduw komt uit dat duivelse oord van gokkers, hoeren, hoerenlopers en moordenaars. Die woonplaats van zuipers, lafaards, religieuze fanatici, KKKers en over lijken gaande opportunisten. Ik heb het hier over een uit bloed, sperma en stront opgetrokken oord; dat bizar bevruchte ei waar het huidige Amerika al slijmsporend en brakend uit voortgekropen is. Perfect weergegeven in Deadwood. Waarin het geboden spektakel weer goede diensten doet als metafoor voor ons eigen moderne Sodom en Gomorra, de doorgedraaide consumptiemaatschappij met als directeur en enig directielid Satan zelf. Althans, volgens de Horsepower dan. Dáár gaan ze dan ook in hun kruistocht zo tegen tekeer. En dáár zijn ze dus ook zelf bekend mee, want je moet het kunnen waarnemen om het te kunnen beschrijven. Zonder de Duivel geen kerk, tenslotte. Hij is er min of meer de werkgever van.

Net als een echte preek heeft deze plaat zijn rustige momenten en zijn dondermomenten. Maar ook in de rustige momenten is de dreiging nooit ver weg, en kunnen de vlammen van de Hel ieder moment ondraaglijk aan je benen gaan lekken. Gelukkig is er hier en daar ook iets van verlossing te horen. 'Nobody C'ept You' valt als liefdeslied op te vatten (alhoewel ik denk dat het bij D.E.E. over de al veel bejubelde Heer gaat) en 'Wayfaring Stranger' is een classic waar menigeen na deze magistrale cover zijn tanden op zal stuk bijten.

Helaas is de Kerk van 16 Horsepower vooralsnog gesloten. Via Woven Hand wordt het evangelie van D.E.E. verder verspreid. Zo intens samenhangend als op deze plaat (ook live) is het echter niet meer geweest. Dus als de hemel somber afkleurt, en je ziel druipend van de veren en de pek in je lichaam hangt, dan kan dit de boetedoenende weg zijn om te gaan. 42 minuten Secret South en je kunt geheid gelouterd verder. Als een oprecht bekeerde.

zondag 3 juni 2007

Gene Clark - Flying High

Eens, al weer wat langer geleden, zat er een bijzonder begaafde vogel in een nest met andere vogels. En geloof me, deze vogel kon hele bijzondere melodietjes verzinnen en écht prachtig zingen. Zo mooi, dat de sterren in de hemel naar beneden bogen om beter te kunnen luisteren, onze vogel daarmee in een onaards zilveren licht zettend.
De andere vogels werden daar na een tijdje behoorlijk jaloers op en kieperden hem, uiteraard toen er niemand goed zat op te letten, het nest uit. Als reden gaven ze, ironisch genoeg, vliegangst op. Je moet maar durven. Affijn. Op de grond aangekomen besloot onze vogel gewoon door te gaan met hetgeen hij zo goed kon: goddelijke melodietjes bedenken én zingen. Maar op de bodem van het bos wordt je niet zo snel gehoord, zeker niet met een hoop andere veelkleurige schreeuwvogels om je heen. Het werd gedoe, en niet zo'n beetje ook, om gehoord te worden.

Pas toen de Grote Oppervogel Dylan zei dat deze vogel de beste en mooiste liedjes schreef - liedjes zoals Spanish Guitar, kortom, liedjes die hij zelf wel wilde schrijven - begon iedereen weer wat op te letten. Maar niet voor lang, want het waren de jaren 60 en iedereen rookte beukennootjes en at kastanjecake en was daardoor helemaal far out groovy, weet je wel. Feitelijk gezien een periode van lelijk egocentrisme, goed verpakt in hippe bloemenhemden, rookwolken en naïef geleuter. De verbeelding aan de macht, dat soort kreten. Tè gek man, can you digg it? Die tijd dus. Ze hadden daar overigens wel erg goede muziek bij, dat moet gezegd.

Onze vogel werd daar allemaal wat bedroefd van en besloot ook beukenootjes te gaan roken en niet meer mee te doen met de ideeen die allerlei andere vogels over zijn sound hadden. Af en toe vloog hij als een Zilveren Raaf een studio binnen, floot en zong wat en ging daarna weer zijn eigen weg. Niemand interesseerde het eigenlijk echt wat, het verkocht voor geen meter en om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk stierf onze vogel aan een gebroken hart. De oorspronkelijke vogels die hem uit het nest hadden geflikkerd krastten wat stichtelijke woorden en dat was het dan. Niemand keek ervan op. Niemand leek erom te rouwen. Het was alsof de Zilveren Raaf er nooit geweest was.

Nu heeft iedereen de kans om op deze unieke dubbelaar te horen waarom de andere vogels zo jaloers waren en hoe gelijk de Grote Vogel had. Mooi chronologisch vastgelegd, edelstenen verzamelend uit zowat iedere periode en ieder samenwerkingsverband. Het is soms van een niet vast te pakken breekbaarheid, gebracht met een licht weemoedige, onaards goudkleurige stem. Niet helemaal van deze wereld, deze dromerige zanger, maar wel voldoende geaard om een emotionele knock-out uit te kunnen delen in een aantal van zijn nummers. Maar ook in staat om te ontroeren, je op te lichten en zacht weer los te laten.

Doe jezelf nou eens een lol. Luister er naar. Luister nog eens, en luister opnieuw. Flikker dan al je zielloze dance-platen weg, ga subiet op weg naar de betere platendealer en schaf zijn meesterwerken 'White Light' en 'No Other' aan. Het is een van de beste muzikale shots die je kunt zetten. Zonder kans op een overdosis, maar wel op een natuurlijke high.

Ik geloof dat ze dat vroeger geluk noemden.

Copyright

Alle content © Moving Sounds - Savant 2007