Eerste shot: De avond valt en de zon rolt zich vermoeid op achter de einder. We kijken naar het verweerde gezicht van een oude, de dagen meer dan zat zijnde desperado. De hoed diep over de samengeknepen ogen getrokken, de jas fladderend, de schouders en colts laaghangend. Het beeld is duidelijk. Deze man heeft veel gezien. Teveel wellicht. De lijnen in zijn gezicht zijn loopgraven waaruit de geur van ziekte, dood en ellende walmt. In zijn blik is de aankomende dood zichtbaar die hij al vaker achter zich heeft weten te laten maar die hem nu langaam maar zeker definitief inhaalt. De camera zoomt in één beweging traag uit. We zien dat de man staat te wachten. Lijdzaam, berustend, bijna verslagen. Hij staat op een verveloos perron, naast een klaarstaande, stomende trein.Tweede shot. Een craneshot. We zien een oud en verveloos treinstation in een kaal, desolaat landschap. Een paar oude scheefhangende houten huisjes leunen geluidloos huilend tegen de schurende wind. In de verte komt een paard met wagen aanratelen. De camera zoomt in. We zien de contouren van een lange kist op de wagen. De muziek zet in. Evening Train. We zien hoe de outlaw naar de wagen toeloopt en samen met de wagenmenner, een sjofele doodgraver, de kist naar de trein zeult. Iedere stap richting trein ziet eruit als een kogelinslag die de desperado vol in de rug raakt. Een gebroken man, die de liefde van zijn leven op de trein naar huis zet.
Derde shot, pan en zoom: we zien de neus van de trein. De camera zoomt verder in. Op het rood metalen plaatje met de witte cijfers. Nummer 309. En terwijl het beeld even bevriest horen we een hese stem die een hakkelende blues inzet. Een blues die het merg uit je botten zuigt. Een blues die het leven en de dood samenbrengt in een hypnotiserend ritme. De camera zoomt uit , zwenkt weg en we zien opnieuw de kist. Vastgesjord op een platte goederenwagon. Een geknakte roos, vastgezet op de eenvoudige houten deksel, beweegt lichtjes in de wind. De desperado zit inmiddels op zijn zwarte paard. De trein zet zich in beweging. Dikke wolken rook en stoom ontrekken de desperado aan het blikveld. De camera zoomt verder uit. De trein slingert zich een weg door het uitgebeten, vergevingsloze landschap. De outlaw rijdt ook weg, achter de trein aan. Hij rijdt naar huis, naar de begrafenis, maar hij rijdt ook zijn naderende en al aanvaarde dood tegemoet. En wij als kijker weten dat. Verdere uitleg is overbodig.
En terwijl de trein én de desperado langzaam stippen worden op het grote witte doek, klinkt daar nog altijd die stem. Die oud testamentische stem. Die stem die profetisch, waarschuwend, troostend en verzoenend weet te klinken. Een stem die alle tegenstellingen geloofwaardig weet te verenigen.
"You can run on for a long time
Run on for a long time
Run on for a long time
Sooner or later God'll cut you down
Sooner or later God'll cut you down"
Dwars door de aftiteling heen blijft dat geluid klinken. Het onvoorstelbare geluid van een man die de dood in de ogen kijkt, en die in iedereen die naar hem luistert iets van die blik achterlaat.
Of je dat nou leuk vindt of niet.
0 reacties:
Een reactie posten